Afgelopen zondag ging het in de Publieke Tribune over laaggeletterdheid. Onder leiding van Coen Verbraak werd er met verschillende experts en ervaringsdeskundigen gepraat over dit onderwerp, wat al een aantal maanden veel aandacht van de Nederlandse media krijgt. Terecht, want met 2,5 miljoen laaggeletterden in Nederland, zijn we er slecht aan toe.

Laaggeletterdheid heeft niet alleen impact op het lezen van boeken of het schrijven van lappen tekst. Je bent laaggeletterd als je in je dagelijks leven belemmerd wordt door het feit dat je lees-, schrijf- en/of rekenvaardigheid niet voldoende zijn. Zo vertelt Saïda Gropstra, vroeger zelf laaggeletterd, dat zij haar kinderen niet kon helpen met hun huiswerk, moeilijk aan werk kwam, omdat ze geen sollicitatiebrief kon schrijven en hulp nodig had bij het invullen van formulieren en het betalen van rekeningen, omdat ze niet begreep wat er stond en wat ze in moest vullen.

Laaggeletterdheid heeft een enorme impact op je zelfbeeld. Saïda gaf bijvoorbeeld aan dat ze soms ziek was van de stress en zich zo schaamde dat ze aan niemand durfde toe te geven, dat ze niet goed kon lezen en schrijven. Ditzelfde was het geval bij Truus Reijnen. Ruim vijftig jaar had Truus dit geheim; zelfs haar man en dochter durfde ze niet in vertrouwen te nemen.

Op laaggeletterdheid rust een taboe. Daarom is het zo goed dat er nu meer over gesproken wordt. Aan de ene kant om misverstanden op te lossen, zoals de aanname dat laaggeletterden helemaal niet kunnen lezen en schrijven (laaggeletterden zijn geen analfabeten, ze kunnen wel lezen en schrijven maar hebben vaak moeite met complexe teksten) en het idee dat alleen migranten laaggeletterd zijn (meer dan de helft van de laaggeletterden in Nederland heeft het Nederlands als moedertaal). En aan de andere kant om mensen duidelijk te maken: je bent niet alleen.

Advies van de sprekers van de Publieke Tribune: maak leren laagdrempelig. Laat zien dat je met kleine stapjes heel ver kunt komen en, heel belangrijk, laat mensen niet halverwege een traject vallen. Dennis Wiersma, minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs belooft er alles aan te doen hiervoor te zorgen.

Verder vertelt minister Dennis Wiersma over de grotere budgetten voor (school)bibliotheken en over het belang van bereikbare bibliotheken. Ontzettend belangrijk, maar met alleen bereikbare bibliotheken en geld lossen we het probleem van laaggeletterdheid in Nederland niet op. Want zoals Truus zelf aangaf: voor een laaggeletterde is een bibliotheek enorm intimiderend. De dikke boeken schrikken af en kunnen juist demotiveren.

Daarom is het aanbieden van toegankelijk materiaal voor laaggeletterden zo belangrijk. Leuke boeken die aansluiten bij de belevingswereld en interesses van jongeren en volwassenen, maar dan op een niveau dat ze zelf kunnen lezen. Samen met bibliotheken strijden wij bij uitgeverij Eenvoudig Communiceren al bijna dertig jaar voor meer boeken voor laaggeletterden. Wij maken boeken die ervoor zorgen dat beginnen met lezen laagdrempelig is. En als iemand eenmaal is begonnen met lezen, wordt ieder boek, iedere tekst, die hij of zij daarna leest een beetje makkelijker.