Lezen is belangrijk om een taal te leren. Dat blijkt uit onderzoek van Jessie Riemersma die werkzaam is op het Twents Carmel College. Zij deed onderzoek naar het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn voor het vak Nederlands binnen het praktijkonderwijs. Riemersma ging hiervoor in gesprek met leerlingen en collega’s, bezocht scholen en bibliotheken, probeerde haar bevindingen uit in de klas en evalueerde dit vervolgens met collega’s en leidinggevenden.

Uit haar literatuurstudie kwamen een paar interessante punten naar boven:

  1. ‘Om te leren lezen en schrijven is leesonderwijs belangrijk. Wie meer leest wordt beter in taal. Dat klinkt logisch en het is ook zo. Meer lezen heeft een positief effect op de woordenschat, spelling, grammatica, begrijpend lezen en schrijven (Broekhof, september 2017).’
  2. ‘Als leerlingen het voortgezet onderwijs binnenkomen, zouden ze het technisch lezen onder de knie moeten hebben. Dat is niet zo. Leerlingen leren ook op het voortgezet onderwijs nog veel bij. Met name in het praktijkonderwijs. Hier zitten relatief veel leerlingen die moeite hebben met lezen en leesvaardigheid (SLO, 2020).’
  3. ‘Wat een effectieve manier is om aan de achterstanden te werken is om structureel te lezen in de klas. Talloze wetenschappelijke studies tonen aan dat lezen een sterke bijdrage kan leveren aan de taalontwikkeling van leerlingen, zowel van goede lezers als van zwakke lezers (Sardes, 2015).’

Om het leesonderwijs binnen het praktijkonderwijs goed in te richten zijn volgens Riemersma een aantal zaken nodig:

main product photo
  • ‘Passende methodes waarin het (begrijpend) lezen wordt aangeboden op verschillende niveaus: Nieuwsbegrip, Deviant, eventueel kranten speciaal voor leerlingen van het praktijkonderwijs. Pas op voor teveel werkbladen en te ingewikkelde stappenplannen en leesstrategieën bij het begrijpend lezen, die we zelf niet eens gebruiken als we lezen.’
  • Een uitbreiding van de leesboeken. Dit kan op school en in combinatie met de bibliotheek.

Tip! Voor eventuele kranten kunt u uit de voeten met de Werkze krant (voor jongeren in de Entree-opleiding) en de PrO-krant (voor jongeren in het praktijkonderwijs)

Een aantal tips van Riemersma om leerlingen, die vaak al moeilijk lezen, aan het lezen te krijgen zijn:

main product photo
  1. Zet het vrij lezen op een vast moment in het lesprogramma.
  2. ‘Less is more’: als je denkt dat de leerlingen een half uur vrij lezen aan kunnen, doe het dan 20 minuten.
  3. Zorg voor gevarieerd leesmateriaal in de klas: makkelijke boeken, moeilijke boeken, stripboeken, tijdschriften, informatieve boeken.
  4. Laat leerlingen zelf kiezen wat ze willen lezen.
  5. Eis niet dat ze een boek uitlezen.
  6. Praat met ze over wat ze hebben gelezen.
  7. Geef het goede voorbeeld: ga zelf ook lezen als ze moeten lezen.
  8. Werk niet met een beloningssysteem.
  9. Vraag niet om een boekverslag.
  10. Toets niet op wat ze hebben gelezen.

Gebruik boeken van Eenvoudig Communiceren!
Tot onze blijdschap beveelt Riemersma onze uitgeverij een aantal keer aan. Zo zegt ze: ‘Om het leesonderwijs binnen het praktijkonderwijs vorm te geven, is vooral veel leesmateriaal nodig. Leerlingen moeten iedere dag op een vast tijdstip vrij lezen. Om dit vrije lezen te stimuleren zijn uitdagende boeken op niveau nodig. Hiervoor kan gedacht worden aan een uitbreiding van de eigen collectie boeken met behulp van uitgeverij Eenvoudig Communiceren. Zij hebben boeken voor taalzwakke lezers. Dit zijn wél boeken in de eigen belevingswereld. Ook kan gedacht worden aan een samenwerking met een bibliotheek.’

main product photo

En ze raadt aan om leerlingen zelf boeken van Eenvoudig Communiceren te laten kiezen: ‘Om te onderzoeken wat leerlingen in klas 1 interessante boeken vinden, worden een aantal leerlingen gevraagd een top 3 te maken. Leerlingen krijgen een overzicht van een aantal boeken van de site van Eenvoudig Communiceren geschreven voor jongeren van het praktijkonderwijs. Opvallend is dat er redelijk verschillend wordt gekozen, zowel door jongens als door meisjes. Een aantal boeken die over vriendinnen en feestjes en dergelijke gaan worden alleen door meisjes gekozen. Jongens en meisjes kiezen allebei vaak voor non-fictie, vreemde werelden en fantasie. Ook wordt er veel gekozen voor Anne Frank. Een brede collectie is noodzakelijk om iedereen voldoende keuzemogelijkheden te geven.

Conclusie onderzoek
Riemersma concludeert dat lezen vaak een achtergesteld domein is en met name het vrij lezen. ’Daar wordt te weinig mee gedaan, terwijl het erg belangrijk is. Ook voor leerlingen binnen het praktijkonderwijs. Dat is ook uit mijn onderzoek gebleken: lezen versterkt de woordenschat, het begrijpend lezen, de zinsbouw en vaak ook de spelling. Dat geldt voor alle leerlingen, van gymnasium tot praktijkonderwijs.’