AMSTERDAM - Een boek dat je aan het denken zet. Dat is De walvishoeder van Rob Kamphues. Uit de titel kan je niet opmaken waar zijn tweede roman over gaat, maar al snel neemt Kamphues je mee in een verhaal over vertrouwen, twijfels en andere werelden. De walvishoeder brengt veel emoties los; soms moet je lachen, maar op andere momenten blijf je verbaasd of zelfs boos achter. Eenvoudig Communiceren sprak met Rob Kamphues over de hertaling van De walvishoeder en over eenvoudige taal.

Eerder hertaalden we al Kamphues’ boek Naar de haaien. Toen organiseerde Eenvoudig Communiceren met Kamphues een kleine tournee langs een aantal bibliotheken waar de auteur voorlas aan mensen die moeite hebben met lezen. “Dat was één van de allerleukste dingen die ik ooit heb gedaan”, zegt een enthousiaste Kamphues. “Om verschillende redenen. Allereerst omdat de ervaring leert dat het niet alleen maar immigranten zijn die lezen lastig vinden. Het zijn ook oudere mensen en mensen die hun leven lang eigenlijk verborgen hebben gehouden dat ze niet goed kunnen lezen. Wat weten we toch eigenlijk weinig van Nederland en wat oordelen we toch vaak veel te makkelijk. Dat heeft mij nieuwe inzichten gegeven in de doelgroep die laaggeletterd is.”

Daarnaast was het een hele bijzondere ervaring om te zien hoeveel aandacht de mensen bij het voorlezen hadden. Kamphues: “Ze luisterden veel geconcentreerder dan andere groepen voor wie ik ooit heb gelezen. Het was iets heel bijzonders voor hen en daarom werd het voor mij ook heel bijzonder. Als ik voorlees uit een boek, zeker uit zoiets als Naar de haaien wat redelijk anekdotisch is, krijgt het vaak een cabaretesk tintje. En bij het voorlezen uit een hertaling wordt dat alleen nog maar meer. Iedereen moest ontzettend hard lachen.”

Kamphues vond de hertaling van Naar de haaien zo goed dat ie ook de hertaling van De walvishoeder zonder zorgen liet gebeuren. “Ik dacht: jullie weten beter wat je moet veranderen dan ik. Het is een beetje hetzelfde als iemand een film van je boek wil maken: dan moet je er vanaf blijven als auteur. Daar moet je niet aan willen zitten en de regisseur zijn gang laten gaan.”

En, naar verwachting, is het gelukt dat Kamphues wederom enthousiast is over dertaling van één van zijn boeken. “Ik moest even wennen omdat het echt veel eenvoudiger is dan ik heb geschreven, maar de kern van het boek is prima gevat, met name ook de licht humoristische toon. Misschien is het boek in deze vorm nog wel grappiger om te lezen (in het begin) dan mijn originele versie! De omslag is ook mooi, vet trots zou ik zeggen dat ik ben.”

Op de vraag of hij zelf rekening houdt met moeilijke en makkelijke woorden in zijn teksten, geeft hij een poëtisch antwoord. “Je hebt 2 soorten schrijvers, de Reve volksschrijver die zegt: ik schrijf zo eenvoudig mogelijk. En anderzijds de Harry Mulisch-en die zoveel mogelijk moeilijke woorden gebruiken. Ik denk om de lezer het gevoel te geven van: goh, wat is die man toch intelligent. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik Grand Hotel Europa (van Ilja Leonard Pfeijffer) een prachtig boek vond, maar ik heb me kapot geërgerd aan hoe vaak ik een woord moest opzoeken. Voor mij geldt: ik vind altijd dat mijn oude moedertje mijn boeken moet kunnen lezen. Ze hoeft niet per se altijd de diepere betekenis te begrijpen, maar ze moet het in ieder geval kunnen lezen. Zij was vorig jaar dementerend en kon goed lezen in De walvishoeder tot er Engelse dialogen in kwamen. Toen zei ze: dat is mij te ingewikkeld. Daarom heb ik het niveau aangepast naar het niveau van mensen die in elk geval Engels spreken op de middelbare school.”

Als auteur wil je geen mensen uitsluiten. Volgens Kamphues kan je wel moeilijke woorden gebruiken, maar dan ben je straks de grote onbegrepen schrijver. “Aan de andere kant vind ik wel dat je op je mooist moet schrijven, met je eigen gevoel. Neem bijvoorbeeld een Tommy Wieringa of Adriaan van Dis. Ik vind dat zij niet overdreven ingewikkeld schrijven, maar toch kunnen zij een bijvoeglijk naamwoord soms zo bijzonder maken. Dat is wel de kunst van het mooi omschrijven van iets. En daarbij: je moet het publiek ook niet dommer maken dan ze zijn. Dat doe ik bij tv ook niet. Kinderen lezen ook graag boeken die net boven hun eigen niveau zitten. Elk mens wil dat. Ik probeer er altijd wel een kleine uitdaging van te maken.”