AMSTERDAM – Ze was één van de eerste schrijvers die door Uitgeverij Eenvoudig
Communiceren werd hertaald. Door middel van korte zinnen en toegankelijke woorden
konden zo ook mensen die lezen lastig vinden kennis maken met Yvonne Kroonenberg. Later
begon ze zelf met het schrijven van eenvoudige teksten voor de uitgeverij. Nu spreken wij
haar over taal, laaggeletterdheid en haar nieuwste boek met een beladen thema dat we nog
niet eerder kennen van haar.


Wat spreekt je zo aan in het proces van vereenvoudigen?
Toen ik zestien was had ik verkering met een jongen met lang haar. Hij werkte in een fabriek
als zwakstroommonteur. Ik zat op het gymnasium en gebruikte, zonder dat ik het wist, hele
moeilijke woorden. Tot op een dag mijn vriendje zei: wat betekent dat woord? Ik vroeg welk
woord. ‘Passief.’ Toen dacht ik: als je dat woord niet kent, dan versta je mij helemaal niet.
Vanaf toen heb ik me voorgenomen om verstaanbaar te praten voor iedereen. Toen ik
journalist, columnist en schrijfster werd wilde ik altijd toegankelijk zijn, voor iedereen.

Op een dag werd ik uitgenodigd door Eenvoudig Communiceren om ongeveer tien verhalen
uit Alles went behalve een vent uit te zoeken. Die zouden voor laaggeletterden worden
bewerkt. Ik dacht dat mijn werk al best in eenvoudige taal was opgeschreven. Maar toen
Jerome - werkzaam bij EC - me hielp bij het bewerken besefte ik dat je voor laaggeletterden
nog een héél end moet opschikken naar de simpele kant. Een zin mag een locomotiefje met
maar één wagonnetje hebben. Éen bijzin dus. Niet 10. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: het regent
buiten, maar ik heb een paraplu. Punt. Terwijl een zin als ‘Het regent buiten, maar ik heb een
paraplu die ik pas gekocht heb’ alweer te lang is.

Dus toen heb je die verhalen bewerkt samen met Jerome…
Ja, en meteen geleerd hoe het moest. Want ik vond het natuurlijk uitermate interessant.

Wat was je inspiratie voor je eerste boek in makkelijke taal: Ik lees nooit een boek?
Dat hebben ze (de uitgeverij) me gewoon gevraagd. Of ik wilde schrijven over de vreugde van
het lezen en schrijven. Ja, natuurlijk wil ik dat!

En hoe ga je dan te werk, komt er al veel meteen in je op?
Nee, dat gaat altijd langzaam, maar als ik een beginnetje heb, kom ik er wel. En het begin voor dit boek was dat ik me herinnerde dat ik maar niet door het allereerste boek dat ik ooit las heen kwam. Pim en zijn beesten: ik vond het een saai kutboek. Toen dacht ik dat het grappig zou zijn om met die ervaring te beginnen. Het is echt een veldtocht voor mij om uit te leggen waarom lezen zo belangrijk is. Mensen die lezen begrijpen meer van andere mensen doordat ze zich weten te verplaatsen in iemand. Als je Roodkapje leest, denk je: o, die deed het helemaal verkeerd, van het rechte pad af. Terwijl… Als je geen Roodkapje leest, heb je alleen je eigen leven. En dat is klein. Dat is altijd klein. Iedereens leven is klein. Zelfs het leven van koningin Maxima.

En nu heb je dan De tietenbus geschreven, een boek over een heel ander onderwerp. Was je hiervoor gevraagd?
Nee, dit kwam vanuit mij. Ik kreeg kanker in 2018. En veel mensen vroegen of ik daar dan een boek over ging schrijven. Toen zei ik: nou, dacht het niet. Want je kunt de grachten dempen met boeken over kanker. Mensen zitten echt niet te wachten tot Yvonne Kroonenberg er ook één schrijft. Maar toen dacht ik aan de mensen die lezen lastig vinden. Want voor laaggeletterden is er bijna geen boek over kanker. De titel had ik ook meteen al.

Waanzinnige titel…
Ja, de tietenbus: zo heette de Mammobiel! In Amsterdam rijdt-ie niet, maar in Haarlem wel. En vroeger reed ie hier ook en noemden vrouwen hem zo.

Was het niet moeilijk om zo’n persoonlijk verhaal niet in je eigen taal op te schrijven? Nu je het in eenvoudige taal geschreven hebt…
Het is juist zo leuk! Formuleren, dat is m'n werk, dat kan ik wel. Maar eenvoudig formuleren… dat is leuk. En ik heb er ook echt een droom bij dat de mensen achter de balie in ziekenhuizen denken: deze patiënt heeft Nederlands niet als eerste taal of spreekt wel heel erg eenvoudig… Die is er misschien wel bij gebaat om De tietenbus eens te lezen.’

Dat zou een heel goed idee zijn als dit boek in ziekenhuizen zou liggen.
Daar ga ik ook m'n best voor doen. Want het is heel eng in een ziekenhuis, hè. Als je een beetje weet wat er gebeurt, voel je je sterker. Ik heb verteld wat mij overkwam maar ik weet ook wat zoveel anderen is overkomen.

Je bent natuurlijk omringd door verhalen van anderen. Hoe is het om ineens heel vaak in het Antoni van Leeuwenhoek (AvL) ziekenhuis te zijn? Wat was je ervaring daar?
De allereerste keer dat ik in het AvL kwam, was omdat ik m’n borsten voor de eerste keer liet nakijken. Ik werd net vijftig en toen vonden ze niets. Ik dacht op dat moment maar één ding: ik wil hier zo snel mogelijk weg. Maar toen ik er opnieuw kwam, omdat in het OLVG geconstateerd werd dat ik inderdaad borstkanker had, liep ik binnen en dacht: ik hoor hier nu bij. Ik ben een van de patiënten hier en het voelde eigenlijk veiliger dan daarbuiten, want daar hoorde ik voor m’n gevoel niet meer bij. Dat is nu een beetje bijgetrokken, maar het ging heel hard. Ik had de ene nare diagnose na de andere. Ik dacht: ik ga gewoon hartstikke dood.

Dat heb je wel echt gedacht.
Ja, ik ben m'n boekenkast gaan opruimen. En ik ben getrouwd. Na 40 jaar is dat best laat. Dat was echt met het idee: ik steek de moord en dan moet m'n allerliefste toch wel iets eraan hebben dat ik al die tijd gespaard heb. In het AvL zit iedereen er op dezelfde manier bij. Met een heel klein beetje hoop en vooral veel angst. Je leven krimpt tot een heel klein leventje. Ik vond het niet erg om daar te zijn, toen ik onder behandeling was, omdat de anderen daar dat ook waren. Terwijl, als ik weer thuis of in de wereld kwam, dan was ik heel zielig hè.

Dan voelde het alsof iedereen naar je keek op een bepaalde manier?
Naja, ik werd heel veel gebeld en ik kreeg kaarten en appjes van mensen die vroegen hoe het ging. Dan ben je heel erg de patiënt. En je bent niks anders meer. En van al die liefdesbetuigingen was ik ook wel een beetje beduusd. Die had ik helemaal niet zo verwacht. Maar in het AvL ben je gewoon patiënt. Eigenlijk ben ik heel graag een visje tussen de andere visjes.

Veel van je laatste boeken, zoals de onlangs verschenen en vernieuwde Alles went behalve een vent en nu De tietenbus, zijn geschreven in een ‘andere taal’. Het is niet je eigen standaard taal die je gebruikt. Is dat een nieuwe weg die je nu bewandelt? Ben je nog de schrijfster die je ooit was?
Nee ik ben zeker niet de schrijfster die ik was. Toen ik al die boeken schreef zoals Alles went behalve een vent - later ook boeken over familie en de mantelzorg - wilde ik dat die hun weg zouden vinden. Dat wil ik natuurlijk nog steeds, maar voor laaggeletterden heb ik het gevoel dat ik echt een goede zaak dien: een andere zaak dan de promotie van mijzelf. Ik heb niets aan die opgepoetste parel. Dat heb ik gehad en dat was hartstikke leuk. Maar wat ik echt wil is dat er ruimte voor laaggeletterdheid gemaakt wordt. Ik was in een bibliotheek een paar weken geleden en mensen die leren lezen zijn altijd zo lief. Ze nemen helemaal geen grote plaats in de wereld en dan denk ik: maar dan ga ik helpen om plaats te maken. En dat doe ik graag.

En blijf je altijd nog schrijven?
Lachend: Ja, zo'n inspanning is het nou ook weer niet hè? Ik schrijf nog een paar columns en dat doe ik met verschrikkelijk veel plezier. Ik zie er net zo tegenop als altijd: ‘gadverdamme, nou moet ik weer die column schrijven.’ Maar als ik eenmaal zit, gooi ik hem er zo uit en vind ik het heel erg leuk. Vroeger had ik vier of vijf deadlines in een week. Nou, dat was niet leuk. En als ik een dag ging wandelen vroeg ik me alleen maar af hoe ik die column eens zou beginnen. Wat zou nou een goede eerste zin zijn? In plaats van dat ik naar het landschap keek. Afschuwelijk! Altijd maar jakkeren. Maar goed, het is secundair leuk om zo hard te werken. Om doodmoe te zijn aan het eind van de dag. Nu ben ik dat niet: het is allemaal kalm en ik heb alle tijd voor de flauwekul.

De tietenbus schrijf je natuurlijk in eenvoudige taal. Maar je schreef ook dat er in het ziekenhuis soms nog best wel lastig gesproken wordt door artsen en deskundigen…
Kijk, ik stel vragen. Ik versta een beetje dokterslatijn. Bijvoorbeeld: als je borstkanker hebt wordt er een mammaprint gemaakt. Dat is een algoritme en dat maakt uit of je wel of niet chemo krijgt. En bij mij kwam het slecht uit, ik zou chemo moeten. Ik dacht: mooi niet, gaan we niet doen. Ik was 68. Na chemo ben ik een slappe vaatdoek. Dus daar wilde ik een gesprek over en dat heb ik ook gekregen. Maar dan moet je samen naar statistiek zitten kijken. Nou,
dan moet ik me echt inspannen om te zorgen dat ik antwoorden krijg die ik versta.

En jij bent dan iemand die doorvraagt…
…Maar als je laaggeletterd bent, dan weet je niet eens wat je zou moeten vragen. Als je weet wat er gaat gebeuren, want je hebt het in een boek als De tietenbus gelezen, kom je gewapender in de arena dan iemand die zijn schoondochter moet meenemen om het gesprek te voeren. Ik hoop dat iemand straks kan zeggen: ik heb dat boekie gelezen en ik weet dat er nu dat en dat kan gebeuren. En dat ze bij een mammaprint denken: ja, die ken ik!

Tenslotte, hoe gaat het verder met je?
Fysiek gaat het heel aanvaardbaar. Sinds de bestraling ben ik heel moe en ik heb natuurlijk vier operaties gehad. Naja, daar knap je niet van op. Ik ben een ontzettende slome donder en dat was ik nooit, dus dat is wel even wennen. Maar ik vind het leuk dat ik nog een tijdje mee mag doen.

Je verschijnt ook veel op tv en radio, dus je bent wel een bezige bij.
Ja, ik ben wel ijverig, maar vroeger was ik niet te stoppen, joh. Dan kon ik achter mekaar doorgaan. Fysiek ook. Dan moest ik wel es even tien minuutjes m'n ogen dichtdoen en dan kon ik weer. Ik zei ook altijd; ik ben nooit moe en ik heb nooit een energieprobleem. Nou, moet je me nu kijken. Maar dat geeft helemaal niet! Ik ben blij dat ik nog mee mag doen. De buit is binnen.

Uitgeverij Eenvoudig Communiceren
Voor veel mensen zijn 'gewone' boeken veel te moeilijk. Daarom maakt uitgeverij Eenvoudig Communiceren romans en werkboeken in eenvoudig Nederlands. Door een eenvoudigere verhaalstructuur, kortere zinnen, grotere letters, eenvoudigere grammatica en makkelijkere woorden. Zo kunnen jongeren en volwassenen die moeite hebben met lezen opeens wél een boek uitlezen. Dat geeft zelfvertrouwen en brengt het plezier in lezen terug.

Laaggeletterdheid
In Nederland hebben maar liefst 2,5 miljoen mensen moeite met lezen en schrijven. Zaken als online een treinkaartje kopen, de bijsluiter van medicijnen lezen of een formulier invullen, zijn voor hen een grote uitdaging. Met haar toegankelijke uitgaven zet Eenvoudig Communiceren zich continu in voor het vergroten van de zelfredzaamheid van laaggeletterden, en voor het bevorderen van kansengelijkheid in het algemeen.